maandag, maart 09, 2009

Gino Bartali: een godsgeschenk

We schrijven 14 juli 1948. Quatorze Julliet in Frankrijk, de nationale feestdag die, nu de oorlog al zo’n drie jaar voorbij is, uitbundig gevierd wordt. Louison Bobet wint in de Tour de France van dat jaar de twaalfde etappe en staat fier aan de leiding van het klassement, met een ruime voorsprong op diverse andere titelkandidaten, zoals Jean Robic, Rene Vietto en Gino Bartali.

Diezelfde 14 juli ontstak in Italië een massale volksopstand. Het land was nog maar net enkele jaren bevrijd van het fascistische juk van Benito Mussolini en de zijnen, toen op Sicilië de communistische partijleider Palmino Togliatti neergeschoten werd door een student. Deze schietpartij moet gezien worden als de definitieve druppel die de emmer genaamd politiek Italië deed overlopen. Togliatti was namelijk verre van onomstreden.


Waar in andere landen in het begin van de 20e eeuw nationaalsocialistische ideeën de bovenhand voerden, was Palmino Togliatti, een Genoveese zoon uit een middenstandsfamilie, een van de oprichtende leden van de Partito Comunista d’Italia (PCI). Deze partij was, zoals de naam al zegt, zeer begaan met het gedachtengoed van de communisten, en in het speciaal Lenin. Zo kwam het dat het partijprogramma in grote lijnen dezelfde vorm had als die van de Russische communistische partij.



De fascistische regeringspartij in Italië verbande de partij echter vrij snel nadat Mussolini aan de macht kwam, waardoor de PCI genoodzaakt was om haar activiteiten in het buitenland te plannen. Zo kwamen er bijeenkomsten in Lyon (1926) en Keulen (1931). Togliatti was op dat moment al partijleider en zou in 1935 toetreden tot de Russische Comintern, de communistisch internationale organisatie. Deze organisatie hield congressen in Moskou, waarbij verschillende leiders van communistische nationale partijen spraken, waaronder Togliatti.


Op aandringen van Stalin mengde Togliatti zich in 1937 in de Spaanse burgeroorlog. Twee jaar later, in 1939, werd hij gearresteerd in Frankrijk, maar al snel vrijgelaten. Hij trok daarop naar Rusland en begon met radio-uitzendingen die opriepen tot verzet tegen Nazi-Duitsland en de Italiaanse Socialistische Republiek. In 1944 keerde Togliatti terug naar Italië en realiseerde met de PCI wat bekend zou worden als de “svolta di Salerno”, de ommezwaai van Salerno. Hierdoor werd de PCI een meer rechts georiënteerde partij die toch gedoogd werd.


In 1948 werd Togliatti lijsttrekker voor de PCI tijdens de eerste democratische verkiezingen na de oorlog. Hij had onder andere hevige kritiek op Amerika, die op hun beurt weer probeerden de verkiezingen in Italië te beïnvloeden. De pas opgerichte CIA had volgens ingewijden een belangrijk aandeel in de verkiezingsoverwinning van de christendemocraten, die door Amerika als bondgenoten werden gezien.

Doordat zijn partij desondanks meteen 104 zetels kreeg, werd deze meteen invloedrijk in het politiek instabiele klimaat dat Italië heet. De onvrede onder delen van de bevolking groeide.


Drie revolverschoten werden er gelost op die bewuste 14 juli. Togliatti raakte zwaargewond, balanceerde zelfs een aantal dagen op het randje van de dood. Berichten over zijn gesteldheid waren schaars, wat voor een politieke crisis in de Laars zorgde, waarbij ondermeer de arbeidersorganisatie CGIL een algehele staking hield. De chaos was zodoende compleet.


Of het de CIA was die wellicht achter de aanslag op Togliatti zat, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Wel weten we dat de christendemocratische premier De Gasperi een oude kameraad van de Katholieke Actiegroep opbelde. Die oude kameraad was Gino Bartali.


Bartali was in zijn jeugdjaren zo met zijn geloof bezig, dat hij zichzelf inschreef om monnik te worden. Uiteindelijk zou hij het toch tot profwielrenner schoppen, en niet zomaar de eerste de beste. Bartali was een ware ‘campionissimo’. Toen hij in 1948 de hete adem van de nieuwe garde onder leiding van Louison Bobet in zijn nek voelde, kwam er motivatie uit onverwachte hoek. Het belletje van De Gasperi was een noodkreet van het thuisfront, het moederland. Hij kon zijn oude kameraad en zijn geliefde Italië toch niet teleurstellen?



Wat zich vanaf de 13e etappe voltrok, was een machtsvertoon dat zijn gelijke niet kent. Gedreven door de situatie in Italië vloog Bartali bergen over, won drie etappes op rij en eindigde de Tour met een voorsprong van veertien minuten op nummer twee, de Vlaming Briek Schotte. Bartali behaalde in deze Tour zeven etappeoverwinningen, een aantal dat vandaag de dag tot de verbeelding spreekt.


Nog belangrijker was, dat de crisis in Italië door zijn fantastische comeback plotsklaps opgelost leek. Een necrologie over Bartali vermeldt dat toen de communisten op een grootschalige wraakactie zinden, er een politieagent binnenstormde met het nieuws dat hun renner de Tour de France had gewonnen. Op dat moment stopten de ruziemakende politici met debatteren en feliciteerden elkaar. Timing of niet, op diezelfde dag ontwaakte Togliatti uit zijn coma in het ziekenhuis. Alsof de goden op hun dienaar neerkeken en zagen dat het goed was. ‘De vrome’ had het land van een crisis behoed.

maandag, februari 02, 2009

Super Bowl XLIII: met bloeddoping win je alles

De grootste nationale sportdag van Amerika, Super Bowl Sunday, was dit weekend. Het is een dag waarop de meeste Amerikanen traditiegetrouw voor de televisie zitten om dit jaarlijkse evenement in zich op te nemen. Daarnaast doen ze zich tegoed aan veel te lekker ongezond eten zoals hotwings of afhaalmaaltijden. Zo is Super Bowl Sunday al jaren de dag waarop de meeste pizza’s bezorgd worden in Amerika.

Vannacht was dus het tijd voor de 43e Super Bowl. Dat betekende de Pittsburgh Steelers uit Pennsylvania, het beste verdedigende team uit de National Football League (NFL), tegen de Arizona Cardinals, de grote underdog uit, vanzelfsprekend, Arizona (dat ligt bij Texas). Zo op papier was het een matchup die te vergelijken was met die van de vorige Super Bowl, nummertje 42, die tussen de New England Patriots en de New York Giants. Voor wie zouden de sterren dit keer goed staan?

Hoewel de Cardinals in het naseizoen verrasten met schitterend aanvallend spel (voor zover dat mogelijk is in een spel dat elke minuut ongeveer stil ligt), hadden de Steelers de beste papieren, dankzij hun uitstekende verdediging met een aantal beesten als quarterback Roethlisberger, Harrison en Polamalu. De Cardinals zouden het vooral moeten hebben van hun veteraan Kurt Warner, waarover de laatste dagen al veel geschreven is.


Dat betekende een paar uurtjes naar de BBC kijken, die voor het eerst er voor gekozen hadden om het op BBC1 uit te zenden. Dit had vooral te maken met de vergrote interesse in Engeland, ingegeven door een wedstrijd op Wembley.
In de voorbeschouwing werden de kansen afgewogen. Natuurlijk kwamen de commentatoren er met elkaar niet uit, wat natuurlijk bijdroeg aan de spanningsopbouw.

Waar ik echter van stond te kijken, was het commentaar van de verslaggeefster voor de Pittsburgh Steelers. Zij vertelde doodleuk dat de meest waardevolle speler van Super Bowl XL, Hines Ward, net op tijd hersteld was van een kuitblessure door een bloedtransfusie. Mijn mond viel open van verbazing.

In andere sporten zoals voetbal (Chelsea) en wielrennen (Fuentes) wordt dit als bloeddoping beschouwd, maar in de NFL is dit schijnbaar toegestaan. Een sport die zo ver is in zijn technologische ontwikkeling, legt het op dopinggebied nog steeds af tegen vreselijk traditionele sporten als de eerdergenoemde twee.

Goed, terug naar de wedstrijd. Het werd een gedenkwaardige partij, met de langste run ooit (98 yards) door Harrison en een late comeback van de Cardinals door uitstekend werk van de eindelijk vrijgelaten Larry Fitzgerald. Desondanks werden er een aantal dubieuze beslissingen genomen door de scheidsrechters, die elke keer in het nadeel van de underdog, de Cardinals, waren. Met nog één minuut op de klok kregen de Steelers nog één kans om hun onverwachte achterstand ongedaan te maken. Het was Santonio Holmes die de bal ving en met een term die in de balletwereld relevé wordt genoemd de beslissende touchdown maakte. Hij stond hierbij op het juiste moment op de toppen van zijn tenen om de touchdown te laten gelden.

Zo wonnen de Pittsburgh Steelers, na een hoop gedoe en een onvergetelijk spannende Super Bowl XLIII, hun 6e titel. Met bloeddoping.

zondag, februari 01, 2009

Veramerikanisering kan goed zijn

SBS6 en NET5 gaan het komende voorjaar experimenteren met een Amerikaanse vorm van reclameblokken. Met deze vorm van reclame maken, waarbij elke vijf tot zeven minuten een kort reclameblok voorbij komt, hopen de zenders reclames aantrekkelijker te maken voor hun afnemers.

Natuurlijk zorgt dit voor een overdosis aan reclame tussen de series door, maar aan de andere kant vermindert het de hoeveelheid reclame die ineens op je beeldbuis geramd wordt. De limiet van twaalf minuten reclame per uur blijft immers staan.



Dit is een voorbeeld van de veramerikanisering van Nederland, zoals we die in de toekomst nog veel gaan zien. Wie kan het onze Nederlandse ondernemers kwalijk nemen? De marketing is in Amerika al stukken verder dan in Nederland.

Mocht ons land op deze voet doorgaan, dan voorspel ik in de toekomst een door Peugeot gesponsorde voorbeschouwing, een gesponsord rustprogramma en een nabeschouwing van willekeurige sporten met daarin verschillende quizvragen en statistieken, gesponsord door Univé of Achmea.



Daarnaast zouden we ook een meer divers palet aan fastfoodketens krijgen dan we nu hebben, met verrukkelijke producten als de Philly Cheesesteak, hamburgers voor 50 eurocent of stuntende valuemenu’s. Het zou toch van de gekken zijn, als Taco Bell of Mountain Dew (nu alleen verkrijgbaar bij America Today) alleen maar voor de Amerikanen behouden blijft? Laat ons toch meegenieten van al dat heerlijk ongezonde voedsel, ik ga er wel een keer extra voor sporten.

dinsdag, januari 20, 2009

Football Facts Quiz: Week 2

Een quiz is altijd leuk. Nog leuker is het als die quiz over een leuk onderwerp gaat, in dit geval voetbal. Wie scoorde bijvoorbeeld de laatste treffer in de WK-finale van 2006?

Met twee inzendingen kan ik de vorige ronde nu al een succes noemen. De correcte antwoorden waren:

Inkoppers

Batigol, Mourinho, Roberto Baggio, George Weah, LA Galaxy

Vrije trappen

San Siro, Pirlo, Grosso, Paolo Di Canio, nummer 99

Afstandsschoten

15 (Torino 7, Pro Vercelli 7, AS Casale 1), Biancocelesti/L’Aquile, Napoli (San Paolo), Richard Witschge, Cagliari

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Deze week een quiz over behaarde voetballers.



Categorie: Inkoppers (makkelijk)

  1. Welke inmiddels oud-voetballer maakte met zijn lange manen in de jaren ’90 reclame voor L’Oréal?
  2. De “Witte Gullit” is voor menig voetballiefhebber één van de sterren van het WK in 1994. Voor welk land speelde hij?
  3. Cultheld Stijn Vreven is helemaal gek van indianen. Bij welke Nederlandse club debuteerde hij in de Eredivisie?
  4. Edgar Davids probeert op dit moment een contract af te dwingen in Argentinië. Welke familierelatie heeft Lorenzo Davids, speler van NEC, met hem?
  5. De haardracht van Serginho Greene is vaak interessanter dan zijn spel. Wat is zijn rugnummer?


Categorie: Vrije Trappen (gemiddeld)

  1. 1. De gevaarlijkste gestalte in de vroege jaren ’90 bij Feyenoord was ongetwijfeld John de Wolf. Waar beëindigde hij zijn profcarrière?
  2. Robin Nelisse is naast Bob Marley lookalike ook actief als voetballer. Nu speelt hij voor een Oostenrijkse club. Wat is de oude naam van deze club, voordat deze overgenomen werd door een frisdrankfabrikant?
  3. Mario Kempes staat op de zwarte lijst van Nederlandse voetballiefhebbers. De langharige spits maakte twee goals in de finale van het WK 1978, waardoor Nederland uiteindelijk zou verliezen. Welke Nederlander schoot in de reguliere speeltijd nog op de paal?
  4. Didier Drogba is misschien wel de speler met het meeste haar van heel de Engelse competitie. Van welke Franse club ging hij naar Chelsea?
  5. Welke Mexicaan, die de koning van de omhaal werd genoemd, speelde voor maarliefst drie clubs uit Madrid?


Categorie: Afstandsschoten (moeilijk)

  1. Welke voetballer met lang haar wordt “El Pintita” (de kleine schilder) genoemd?
  2. De eerste Nederlandse winnaar van de Gouden Schoen voor Europees topscorer had ook een behoorlijke bos haren. Hoe heette hij?
  3. Eeuwige mattendrager Georgios Samaras kon, voordat hij voor Griekenland uitkwam, ook nog voor een ander land international worden. Voor welk land was dit?
  4. Een van de bekendste voetballers met lang haar is Ronaldinho. Welke betekenis heeft zijn rugnummer bij AC Milan?
  5. Trifon Ivanov is ongetwijfeld een van de meest lelijke voetballers allertijden. Hij maakte de WK’s van 1994 en 1998 mee en speelde voor één Spaanse ploeg. Welke ploeg was dat?

Wederom, laat je antwoorden achter in een reactie als je meedoet!

maandag, januari 19, 2009

Apathie: de remedie

“What whiskey will not cure, there is no cure for.”
- Iers spreekwoord

Gert-Jan Verbeek nam met opgeheven hoofd afscheid van een uitzinnige menigte van Feyenoord-supporters voor het Maasgebouw. In zijn kielzog verdwenen technisch directeur Peter Bosz en assistent-trainer Wim Jansen via de achterdeur. Drie leden van de technische staf die niet het maximale uit de beschikbare middelen haalden, twee van hen waarbij al langer vraagtekens werden gezet. Verbeek was de enige die volgens de supporters geen enkele blaam trof, omdat hij met zijn no-nonsense aanpak en harde trainingen een graag geziene trainer was die volgens hen de clubmentaliteit symboliseerde.

Toch werkt ook dat soms niet. Wanneer het contact met de spelersgroep verstomd en je enkel nog tegen een muur staat te schreeuwen, moet je beseffen dat het niet langer zo verder kan, en maatregelen nemen. Jezelf op deze omstandigheden aanpassen is een kwaliteit die alleen hele grote trainers gegeven is. Hiddink is er daar eentje van.

Het vertrek van Verbeek is niet goed voor het imago van de club, een imago dat de laatste jaren toch al ontsierd wordt door supportersgeweld en financiële perikelen. Hierdoor is het zaak dat er voor de ontstane vacatures binnen afzienbare tijd twee vakmannen aangesteld worden, die het zooitje ongeregeld dat zich selectiespelers noemt weer op de rails kunnen krijgen.

Wanneer men dan kijkt naar de lijst met beschikbare namen, dan springen er natuurlijk twee onherroepelijk uit. Mario Been, huidig NEC-coach, en Leo Beenhakker, huidig bondscoach van Polen. Beiden zijn ze clubmannen in hart en nieren. Mario Been is volgens velen kandidaat nummer één bij zowel de clubleiding als de supporters, maar zoals hij zelf aangaf in een interview met de NOS, hij heeft nog van niemand binnen de club gehoord. Dit is een kwalijke zaak, aangezien de opties simpel zijn. Been hoeft niet zo nodig nu meteen aan te treden als hoofdcoach, het seizoen is immers toch al naar zijn grootjes en het aanstellen van Been kan dit juist nog verergeren door de hoge verwachtingen gepaard met het gebrek aan slagkracht binnen Feyenoord. Been is veel eerder een optie voor in de zomer, wanneer er nog genoeg tijd is om de selectie door te lichten en aanpassingen te doen.

Nee, dan Don Leo. De geboren Rotterdammer heeft zich in de media positief uitgelaten over een terugkeer naar Feyenoord, waar hij de laatste landstitel van de club won in 1999. Zijn handen jeukten. Beenhakker is de perfecte keuze voor een functie als technisch directeur en tegelijkertijd een man die ervoor kan zorgen dat Leon Vlemmings, die vorig jaar medeverantwoordelijk was voor het succes van NAC Breda, in zijn schaduw kan opereren en daardoor nog beter zijn taken kan vervullen. Beenhakker is een man van de spotlights en geniet van alle aandacht, terwijl Vlemmings meer een rol op de achtergrond lijkt te ambiëren. Met Beenhakker weet Feyenoord ook wat voor vlees het in de spreekwoordelijke kuip heeft. Hij heeft een breed en verzorgd netwerk van contacten, is de kameleon waar de spelersgroep zo dringend behoefte aan heeft, kent de clubcultuur en de druk die een dergelijke functie met zich meebrengt als geen ander. Bovendien is hij wars van allures en geeft hij niks om voetbalvrienden die hij eventueel onderdak zou moeten bieden.
Veel spelers in de huidige selectie kunnen ontzettend veel leren van een type Beenhakker, alsmede ook de technische staf eromheen. Zijn invloed kan zelfs merkbaar worden op het veld, wanneer hij Vlemmings een aantal raadzame tips geeft.

Beenhakker heeft al eens meer gespeculeerd over zijn opstappen bij de Poolse bond, dus zal daar naar verwachting geen hels probleem van maken. Hij kan in een half jaar als technisch directeur naar hartelust vooruit kijken naar het volgende seizoen, waarin hij een tandem moet gaan vormen met Mario Been, die qua gedachtegang in ieder geval op dezelfde lijn lijkt te zitten. Tot die tijd kan Beenhakker de club behoeden van verder sportief verval en het beschadigde imago in ieder geval een opkikker geven.
Het bestuur van Feyenoord moet zich realiseren dat een toekomstige oplossing meer gewenst is dan ooit. Feyenoord heeft behoefte aan rust, aan vastigheid. Een duizendpoot van naam helpt zeer zeker in dit proces.

zondag, januari 11, 2009

Football Facts Quiz: Week 1

Een quiz is altijd leuk. Nog leuker is het als die quiz over een leuk onderwerp gaat, in dit geval voetbal. Wie scoorde bijvoorbeeld de laatste treffer in de WK-finale van 2006?

Het is de bedoeling dat dit een wekelijks terugkerend artikel wordt, om jullie even bezig te houden tijdens colleges of wanneer je echt niks te doen hebt.



Het idee komt van Guido Merry van de site BleacherReport.com. De vragen zijn ingedeeld in drie categorieën, te weten inkoppertjes (1 punt per goed antwoord), vrije trappen (3 punten per goed antwoord) en afstandsschoten (5 punten per goed antwoord). Per fout ingevuld antwoord worden deze punten er ook weer afgehaald, dus wees voorzichtig met invullen als je het echt niet weet.

Goed, laten we beginnen met de eerste ronde.

Categorie: Inkoppers (makkelijk)

1. Gabriel Batistuta speelde in de jaren ’90 een hele tijd in Italië, bij Fiorentina. Wat is zijn bijnaam?

2. Internazionale blijft een echte topclub in Italië, hoewel ze qua aankopen niet echt heel succesvol zijn. Hun coach is ook geen Italiaan meer, wie is dit wel?

3. Welke Italiaanse voetballer werd aangeduid met de bijnaam “Il Divino Codino”, de Goddelijke paardenstaart?

4. Welke Afrikaanse voetballer, die furore maakte bij A.C. Milan, werd als enige Afrikaan ooit gekroond tot Wereldvoetballer van het Jaar?

5. David Beckham traint nu mee met A.C. Milan. Bij welke Amerikaanse voetbalclub staat hij onder contract?



Categorie: Vrije Trappen
(gemiddeld)

1. Wat is het grootste voetbalstadion in Italië, wanneer er gekeken wordt naar het aantal zitplaatsen?

2. Italië won in 2006 het wereldkampioenschap door na penalties te winnen van Frankrijk. Welke speler was de eerste strafschoppennemer voor Italië?

3. In datzelfde toernooi gingen de Italianen met veel geluk door ten koste van het Australië van Guus Hiddink. Wie maakte de zogenoemde schwalbe waaruit een penalty kwam?

4. Italiaanse voetballers blijven over het algemeen in de eigen competitie, maar sommigen zoeken het heil in het buitenland. Welke Italiaanse voetballer, die er geen geheim van maakt dat hij fascistische ideeën heeft, heeft onder andere voor West Ham United gespeeld?

5. Gianluigi “Gigi” Buffon speelde voor zijn tijd bij Juventus bij AC Parma. Daar had hij een ander rugnummer dan de zo bekende nummer 1. Wat was ook alweer het rugnummer van de Portugese keeper Vitor Baía?



Categorie: Afstandsschoten
(pittig)

1. De Italiaanse regio Piemonte bracht naast Juventus nog een aantal kampioenen voort. Hoeveel titels behaalden deze teams, exclusief het eerder genoemde Juventus, bij elkaar?

2. Noem één van de bijnamen van het Italiaanse SS Lazio Roma.

3. Het stadion van welke Italiaanse voetbalclub is vernoemd naar de heilige apostel Paulus?

4. In de halve finale van de Champions League in het seizoen 1996/1997 stonden Juventus en Ajax tegenover elkaar. Spelmaker Zinedine Zidane scoorde in de wedstrijd in Turijn een mooi doelpunt, door twee spelers van Ajax de verkeerde kant op te sturen. Wie struikelde hier over teamgenoot Edwin van der Sar?

5. De Italianen kunnen buigen op een behoorlijk aantal sterspelers. Een van de eersten was Luigi “Gigi” Riva. De rollende donder van Italië speelde na zijn debuut bij Legnano, een clubje in de Serie C, nog maar bij één ploeg. Welke ploeg is dat?



Inzendingen kunnen via een reactie achtergelaten worden.

Veel succes!

Feyenoord Rotterdam: Sending out an S.O.S.

We are halfway through the Dutch football season and we have got a better look at things. We have seen AZ’s return to form, Ajax playing awful for most of their seventeen games but still managing to get the wins piled up and the collapse of the once proud and promising, self-proclaimed “football capital” of Holland, in the form of PSV Eindhoven. We have also had some overperformers (NAC Breda again, Willem II Tilburg) and some underachievers (Roda JC, Vitesse Arnhem). However, the biggest disappointment of them all has to be my beloved Feyenoord Rotterdam, no contest. They find themselves sitting at the eleventh place in the table, way below their stature. Is this just temporary, or could this be a cry for help from a sinking ship?

Let’s recap. Summer of 2007, Feyenoord had just performed below par in the Dutch Eredivisie and was determined to prove that this was just an incident. It was the season of misfortune, as they were cleaning up the financial mess left by former club president Jorien van den Herik (also known as the “Big Bald Leader” Dutch: “Grote Kale Leider”). With his financial loans he managed to save the club in the late 80’s/early 90’s, but he assured himself of some hefty repayments through interest as high as 13 percent. With the departure of Feyenoord’s two top strikers to two of England’s biggest teams (Kuyt and Kalou went to Liverpool and Chelsea), they sure had a hard time of keeping up with the rest. Buying a reserve (Charisteas, former big man for Greece with his goal in the 2004 European Championships Final) from fierce rivals Ajax Amsterdam to fit as your new first-team striker does not help either. In the midst of all this commotion, Nancy happened. Feyenoord had to play French side AS Nancy in the group stage of that season’s UEFA Cup, but the game was overshadowed by Feyenoord-supporters who were wrecking not only everything on their path to the stadium, but the stadium itself as well. In the aftermath, Feyenoord was found guilty of not having their fans under control, although there were several fingers pointed at Nancy ticket offices for selling tickets to any fan and the French police force for provoking the Feyenoord-fans while they were in the city center. Therefore, Feyenoord was banned from playing European football for the rest of the season. Because they lost their last game of the season to SC Heerenveen, Feyenoord did not qualify for Europe next season.

This disaster must have been the ideal way for technical manager Peter Bosz to step in and do his thing. He managed to get some “big” names to join the “Club van Zuid”, most notably Makaay, Hofland and Giovanni van Bronckhorst. Even former coach Bert van Marwijk came back, and the future was bright again. Captain Van Bronckhorst even mentioned the championship. Oh, what a scene that would have been.

Unfortunately, things did not go exactly as planned. Feyenoord struggled the whole season long, but eventually managed to win the Dutch cup after some lacklustre performances against mediocre opponents. At the end of last season, again there was a cry for reinforcements. Feyenoord, the club which was keen on transparency after the situation with Van den Herik, stated that there was little money left, so the supporters had to hold on for another season. Well, until the news came out that they bought midfielder Karim El Ahmadi from Twente for 5 million Euros. El Ahmadi was the third midfielder who was bought by Feyenoord in one season, after Van Bronckhorst and Landzaat. He also is the same type of midfielder as the aforementioned two. The good part is, after the transfer, there was not enough money left to reinforce vital parts of the team, like the defence.

Let me say that a key factor in the recent misfortune has to be Peter Bosz, the technical manager who had his mind set on bringing in players “from the highest calibre possible”. Bosz has always been a troublemaker, even in his tenure with Feyenoord as a player. Journalist Hugo Borst portrayed him in his book “De Coolsingel Bleef Leeg” (a season-long look inside the self-destructing club) as an unreliable, egocentric person with no love for the club at all. He does seem to justify this description. With Bosz, the club invested in a handful of players that do not have that much left (Makaay, Tomasson, Landzaat, Hofland, De Cler), plus yet another midfielder (El Ahmadi), when the backside has been Feyenoord’s problem for about ten years now. His only real quality signing was Giovanni van Bronckhorst, but can we really call that signing his work? After all, Giovanni always said he would come back to the club where he made his first steps as a professional. When we evaluate his dealings in the transfer market, we can see that he spent a lot of money on veteran players, who, excluding Van Bronckhorst, do not bring that much extra to the team. Especially Makaay seems to be not the big hit that Feyenoord was hoping for. The prolific goalscorer has struggled in his first 18 months in Rotterdam, but still managed to score 13 league goals. However, he doesn’t bring anything extra in attack, mainly finishing off and not setting up as much as he should do in Dutch football. That is not entirely his fault though.

Which brings us to another problem, the formation. Captain Van Bronckhorst was lauded by Argentinian star Lionel Messi to be the best left back of the world, but somehow Feyenoord manages to put him in a defensive midfield-position, while defending is not his best quality. Instead, they have Tim De Cler, former AZ- and Ajax-player, as a left back. The problem with De Cler is that he is constantly attacking the opponent’s box, thus playing out of position. The other three defenders have to constantly guard his position, which often leads to being outnumbered at the back. But, there is more to De Cler. He has been a John McEnroe-imitator for the whole season long, arguing with officials and opponents. It seems to be frustration about the way things are going for him and his club, but it often leads to laughter from the crowd. The best example for this is when he gave away the ball with a silly pass in Feyenoord’s home game against Ajax. Ajax scored, and De Cler marched towards the linesman, talking abusive language, for which he was given the yellow card. This kind of behaviour should not be tolerated by the club. It affects not only the image of the club in the media, but also can disrupt the harmony between players.

Another crucial position in past years has been the goalkeeper. Henk Timmer has produced some of the finest comical moments over the past seasons, and his expression after another opposition goal is sheer brilliance. He is well past his peak, while other talents as Edwin Mulder, or Darley for that matter, are young and upcoming talents. Why not try them out, with a solid veteran goalkeeper behind them in the line-up?

Then we should consider a couple of Dutch players, who are enrolled in the club’s investment funds (another simply outrageous idea from none other that Peter Bosz himself). Most of them are way too inconsistent to even bother having them in your lineup. But with the obligation to investors to make some profit out of these youngsters, Bosz is trying to renew their contracts as we speak. Can it get any more illogical? All of these players, with exception of Jonathan de Guzman, do not have either the mentality or the skills to merit a place in the first team, but except of trying to offload them through telling them they can leave and not making any effort in extending their expiring contracts, the Feyenoord board tells them that they can leave and then wants them to commit their future to the club again with signing brand new contracts.

Is it really that unobvious that those players will eventually see out the reminder of their respective contracts, in order to attract a more lucrative contract at another club (after all, no transfer fee means more money for contract fees)?


The situation of Jonathan de Guzman is also a difficult one. Touted as the best talent Feyenoord has brought up in the past twenty years, he seems to be destined for a great future. His last season however was a setback in which his development stagnated. In this season, he showed no improvement, got a stupid red card at Heracles Almelo for hitting an opponent and suffered damaged knee ligaments which will keep him out for the rest of the season. That means that he has one year of contract left in the upcoming summer of 2009. He would be stupid to sign another one, which may narrow his options when the summer of 2010 comes along. Therefore, Feyenoord have a difficult choice to make. Do they sell De Guzman for a very low price in 2009, or do they decide to hold on to him and let him walk away for free in 2010, as he can provide some extra creativity in midfield? Could his behaviour affect that of other players, such as Biseswar, Greene and Vlaar, which are all players who are in the aforementioned investment funds?



Besides all the problems, Feyenoord still has great plans for the future. They are planning on building a stadium with a capacity of 80.000, exceeding the current stadium with approximately 30.000 seats. This project will cost a lot of money and there only will be profit if the stadium is packed every single season. Will this be worth it, or will it be another blow for the already staggering club?


Another worthless season could be the axe for direction and some players. The supporters will not be that forgiving much longer, and they are already bringing along several banners which reflect their opinion. While those banners are being removed by stewards at home games, tension is rising and the bubble soon may burst.

The cards are on the table and technical manager Peter Bosz has to decide what is best for Feyenoord. Let’s hope he gets it right this time.

donderdag, januari 08, 2009

Hoops!

Let’s talk hoops. Let’s talk basketball. And let's skip the LeBron-2010-talk, for now.


I’m following the NBA for quite a while now, and over the past year, a couple of players just stand out. There’s no denying that everyone would like to be as talented as Dwyane Wade, Kobe Bryant, Chris Paul or LeBron James. But, being from Europe and also having a thing for veteran players, I also count Dirk Nowitzki, Pau Gasol, Tracy McGrady, Vince Carter, Jason Kidd and Shaquille O’Neal among my favourites.


My favourite team in the past year has been the Cleveland Cavaliers, and that is in no small part down to the King himself. His presence on the court, his athleticism and energy are out of this world. Chris Paul and Dwayne Wade are a good second and third, but they lack something James has got through the last year: a willing and able support cast that backs up the superstar in order to let him excel. If you look at their game, Paul and Wade took the burden of their lacklustre, mediocre teams and are building something refreshing. James did that a couple of years ago, with the eventual thrashing of the Pistons in Game 4 of the Eastern Conference finals in 2007 as a contemporary crown on his work.



Now it’s time to take it to the next level. With the Cavs off to a franchise best start (26-5 as of January 1st, 2009), the chance for a championship ring seems more likely than ever. This is the result of the great chemistry between James and his Cavaliers teammates. The starters are all solid players, with Mo Williams and Delonte West providing a little extra scoring, Zydrunas Ilgauskas still playing good defense and with Ben Wallace (who is playing some of his best “Pistons-like” basketball) and Andy Varejao rotating for the other defensive spot. Then you have the benchpoints from Daniel Gibson and Wally Szczerbiak, and some promising performances by rookies Darnell Jackson and JJ Hickson. But are the Cavs really as good as they are made out? After all, they’ve lost against playoff-worthy teams (Boston, Atlanta, Miami, New Orleans and Detroit), three of them coming from their own conference.


In my opinion, the Cavaliers aren’t championship material.. yet. Sure, they’ve had a lovely home record and deserved a lot of the praise that has been coming their way, but they also seemed to crack when they had to bring their A-game. This doesn’t seem to change soon, as Gibson is still struggling with his outside shot, Wally is playing mediocre for the whole season long and Big Z is coping with an old foot injury. With them not contributing what they normally could bring to the Cavaliers, the team has struggled to make an impact in both home and away games (although winning 6 of 7). This line could continue, if they don’t get their act together and look for someone with a solid outside shot and fits in with the rest of the team. After all, the last thing what you want to do right now, is to disrupt the harmony of this team.


With Wally in his last year of contract, he could be used as a valuable trade tool to bring another piece of the puzzle to the Quicken Loans Arena. He clearly hasn’t fit in as well as he was supposed to, and he’s often the weak link in the Cavs’ defense, often giving his opponent wide open looks and fouling deliberately. The Cavs should look for a player who can match the shooting potential of Wally and bring a bit more on the defensive end, someone like James Posey. A genuine roleplayer who has no problem with playing as a 6th man, making points from the bench. Then they would be championship material, then they would have a chance in the playoffs.

zondag, januari 04, 2009

Het Engelse voetbal: Walhalla of Gomorra?

Een vol Anfield, een schreeuwend Old Trafford, een Emirates Stadium dat zijn adem inhoudt bij alweer een schitterende voetbalcombinatie, het zijn treffende beelden van het Engelse voetbal. Het voetbal dat door velen als beste van de wereld wordt beschouwd. Waarom is dat zo? Spelen daar de beste voetballers? Is het misschien de sfeer van Engelse gemoedelijkheid en gezelligheid, gecombineerd met de fans die eeuwig lijken te zingen? Of is het een combinatie van factoren, waar bijvoorbeeld ook de geografische ligging en de infrastructuur tot de kritische succesnoten behoren?


Onder het Engelse voetbal worden de competities verstaan die onder het Britse Koninkrijk vallen. Dat betekent dat we hier grofweg de Engelse en Schotse competitie gaan belichten, twee competities die bekend staan om zijn ongebalanceerde selecties onder de echte top. In Schotland zijn het de Glasgow Rangers en Celtic, in Engeland de grote vier Manchester United, Liverpool, Chelsea en Arsenal. Deze ploegen maken al sinds jaar en dag de dienst uit in de competitie, en dat wordt alleen maar bevestigd door de hoge uitzondering waarop een andere ploeg de titel wint (Aberdeen in 1985, Blackburn Rovers in 1995). Zijn deze topclubs nou zo goed, of is de rest zo slecht?


Historie

De attractiviteit van het Engelse voetbal komt voor een deel voort uit de ontstaansgeschiedenis van de sport. We weten allemaal wel dat Engelse buurtgenootschappen tegen elkaar speelden met een gevulde varkensblaas. Deze hang naar nostalgie werkt, net als bij het schaatsen in Nederland (met de Elfstedentocht), stimulerend voor de aandacht voor de sport. Tel daarbij op dat het Engelse voetbal in het verleden erg succesvolle tijden heeft gekend. In de jaren ’60, ’70 en ’80 speelden diverse clubs een hoofdrol op het Europese podium, met spelers uit eigen land in de hoofdrol. Denk hierbij aan een Stanley Matthews, een Bobby Charlton, een George Best, maar ook aan legendarische managers als Sir Matt Busby en Bill Shankly. Zij waren degenen die, naast internationale sterren als Pélé, Cruijff, Maradona en Eusebio, het voetbal een gezicht gaven. Waar internationale sterren echter hun status gingen uitbuiten, bleven de Engelse voetballers (met uitzondering van Best) achter. Was het omdat ze zo gewoontjes waren?

Natuurlijk is de oorzaak te zoeken in de mentaliteit die er op het eiland heerst. Engelsen zijn geen dagdromers, zoals de grote spelers uit andere landen dat wel waren. Dit is volgens de Engelse schrijver en journalist David Winner terug te voeren naar de Victoriaanse tijd, later beschreven in de roman ‘The Talisman’ van Sir Walter Scott als leeuwenmoed. Deze instelling is er ook schuldig aan dat er zo weinig technisch onderlegde voetballers uit Engeland komen.


Speelstijl

Vaak wordt de mentaliteit van de Engelse competitie geprezen. Niet lullen, maar werken, een mentaliteit die Nederlanders over het algemeen ook goed ligt. Wie echter op zoek is naar goed voetbal en technisch vernuft, moet het zeer waarschijnlijk niet in Engeland gaan zoeken. De Engelse spelers hebben namelijk maar één echte strategie, de kop in de grond en zo hard als je kan achter die bal aan rennen. Het grootste gedeelte van de aanvallen komt tot stand via lange ballen, die door een lange spits met niet al teveel techniek bijgehouden worden totdat de rest van het team aansluit.

Tegenwoordig is deze speelstijl, door de grote invloed van buitenlanders, enigszins aan het veranderen. Echter, als men in de laatste minuten van de wedstrijd een achterstand goed moet maken, dan gooit men steevast een paar man voorin en pompt men de bal op hoop van zegen in de zestien meter. Dit in tegenstelling tot ploegen in Spanje, Italië en zelfs Duitsland en Frankrijk, die weten dat de wedstrijd nog niet gespeeld is totdat het laatste fluitsignaal klinkt, dus gewoon verder gaan met hun verzorgde spel, gebaseerd op balbezit.


Europees succes

Het meest kenmerkende voorbeeld van de marginaliteit van de clubs uit de Engelse en Schotse Premier League vormen de UEFA Cup finales van de laatste jaren, te beginnen met een historische finale, die van 2001 tussen Liverpool en Deportivo Alavés. Het kleine provincieclubje Alavés was dankzij aanvallend voetbal (met ondermeer een 9-2 overwinning over 2 wedstrijden op Kaiserslautern) doorgestoten naar de finale van het bekertoernooi, waar men Nederlander Jordi Cruijff in de basis had. Liverpool daarentegen, had de finale bereikt door defensief spel en de nodige dosis geluk (o.a. een penalty tegen een veel sterker Barcelona).

Het grote, kapitaalkrachtige Liverpool had in deze finale na een 3-1 voorsprong bij de rust twee rode kaarten en een eigen goal in de laatste verlenging nodig om Alaves van zich af te schudden.

Dan gaan we door naar de finale van 2006 in Eindhoven. Middlesbrough haalde eigenlijk bij toeval de finale, door een aantal lange ballen in de ‘dying seconds’, met Italiaan Massimo Maccarone als uitblinker in zowel de kwartfinale tegen Basel, als de halve finale tegen Steaua Boekarest.

Sevilla, toch geen grootmacht in Spanje, met een begroting die even groot is als die van Villarreal, speelde de Engelse subtopper Middlesbrough van de mat en won met 4-0, waar het ook met 7-0 had kunnen winnen. Voetballend werd Middlesbrough totaal overklast.

Als laatste UEFA Cup-finale gaan we kijken naar die van 2008, tussen het Russische Zenit en het Schotse Glasgow Rangers. Het Zenit van Dick Advocaat werd al vroeg in deze UEFA Cup-campagne genoemd als een team om rekening mee te houden, door het solide en aanvallende spel, en het gemak waarmee ze ploegen omver voetbalden. Helaas was dit niet altijd te zien in de einduitslag. Toch werden de resultaten in het eigen Sint Petersburg aan elkaar geregen en werden achtereenvolgens grote namen als Marseille, Leverkusen en Bayern München (met een veegpartij van 4-0) naar huis gestuurd.

De Rangers van manager Walter Smith waren vanaf wedstrijd één bezig met een overlevingsmissie, zo leek het wel. In de Champions League kwamen ze al in de derde kwalificatieronde met geluk weg tegen Rode Ster Belgrado, door een goal van Nacho Novo in de 89e minuut van de thuiswedstrijd. Uit in Belgrado hield keeper McGregor de ploeg op de been, door twee verdienstelijke reddingen. Ondertussen werd er wel knap gewonnen van Lyon met 3-0.

Hun UEFA Cup-avontuur begon tegen Panathinaikos, waar ze op uitdoelpunten door gingen. Daarna mochten ze spelen tegen Werder Bremen, waar ze thuis verdiend met 2-0 van wonnen, maar waar ze uit met de schrik vrijkwamen door een 1-0 nederlaag, terwijl Werder 35 keer op doel had geschoten. Daarna counterden ze Sporting Portugal in eigen huis van de mat. De halve finale tegen Fiorentina was misschien wel het meest typerende van alle wedstrijden van de Rangers. In twee wedstrijden hebben ze geen enkele moeite gedaan om ook maar iets te creëren, waarna ze na twee keer 0-0 de penaltyserie wonnen met 4-2. Uiteindelijk hadden ze geen schijn van kans tegen het veel betere Zenit, dat het met 2-0 in de finale nog rustig aan deed.



Investeerdersvloek?

Zou het toeval zijn, of heeft deze verloedering van kwaliteiten te maken met de grote aantallen investeerders binnen het Engelse voetbal? Nergens ter wereld is de invloed van investeerders groter dan in het Engelse voetbal. Chelsea is sinds de komst van Abramovich een kunstmatig gecreëerde topclub, Manchester United en Liverpool zijn volledig in Amerikaanse handen, Manchester City heeft een eigenaar uit het Midden-Oosten, Hearts uit Schotland is het speeltje van een Litouwse zakenman, West Ham United is de speelbal van een consortium van IJslanders, Newcastle United is recent door de ene investeerder overgedaan aan de andere en Arsenal hikt al jaren tegen een overname aan (door respectievelijk de Rus Usmanov of de Amerikaan Stan Kroenke). Het gevolg van deze overvloed aan geld is dat deze clubs abnormaal veel uitgeven aan nieuwe spelers, een patroon dat gevolgd wordt door de rest van de competitie, want je moet immers meegaan met je concurrenten. Het eindeloze smijten met geld heeft tenslotte ook geen nut, want je koopt geen team van individuen bij elkaar, je maakt een team door onderlinge verbondenheid en complementariteit. Manchester City is dit jaar het beste voorbeeld van een bij elkaar gekocht zooitje individuen, die maar niet met elkaar samen kunnen spelen. Ondanks dat ze meer dan 100 miljoen euro uitgaven volgens Transfermarkt.de, staan ze roemloos achttiende in de Premier League, een plaats die aan het einde van het seizoen goed is voor degradatie.

Deze grote uitgavenposten zijn het gevolg van de enorme media-aandacht die is gecreëerd voor het Engelse voetbal. Zo wordt de naam van de competitie gesponsord en is de omzet van 1,8 miljoen pond binnen de Premier League de vierde van de wereld qua sportcompetities (na de Amerikaanse NBA, de NFL en de MLB). Volgens onderzoeksbureau Deloitte zitten tevens acht Engelse ploegen bij de rijkste twintig van Europa, dat is percentsgewijs gezien 40 %.

De grote vetpot is echter de opbrengsten uit tv-rechten. Deze collectieve overeenkomst tussen alle Premier League clubs en het betaalkanaal Sky Sports is goed voor zo’n 300 miljoen pond per seizoen. Daar bovenop komen nog de inkomsten van Europese duels, internationale uitzendrechten en samenvattingen. Deze bedragen kunnen zo hoog zijn, door het grote aantal volgers over heel de wereld, naar schatting zo’n half miljard.

Door deze grote bron van inkomsten wordt de jeugdopleiding grotendeels verwaarloosd en daardoor speelt het Engelse nationale team ook al jaren geen rol van betekenis meer op het mondiale podium.

Misschien wordt het voetbal ook wel verkeerd aangeleerd in de jeugd. Als je ziet dat een Arsenal talenten van over heel de wereld weet te strikken, ze vervolgens een paar jaar opleidt en laat rijpen, waarna ze met gemak meedraaien in de zogenaamde “beste competitie ter wereld”, dan zet ik ook mijn vraagtekens bij de manier van trainen van de Engelse jeugd. Misschien moeten ze de DVD-box van Wiel Coerver eens aanschaffen, of Louis van Gaal uitnodigen voor een aantal clinics?



Grote en kleine sterren

Laten we eens gaan kijken naar de spelers binnen het Engelse voetbal. Natuurlijk, er zijn wereldsterren aanwezig, maar die zijn op één hand te tellen. Hoe kan het anders dat Manchester United de Champions League wint met één van de meest kleurloze teams ooit? Van dat team is enkel Cristiano Ronaldo een echte ster, voor de rest zijn het vooral waterdragers. Rooney heeft nog geen enkel constant seizoen gedraaid bijvoorbeeld. Zelfs het team van FC Porto uit 2005 had nog meer felbegeerde spelers.

Het moet gezegd worden, het Manchester United dat vorig jaar de Champions League won, was het beste team uit Europa vorig jaar. Ze konden als geen ander de tegenstander vastzetten en vervolgens wachten op een bevlieging van die ene ster. Maar of ik als neutrale toeschouwer heb genoten? Absoluut niet.

De Engelse competitie zit vol met spelers waarvan je je überhaupt afvraagt wat zij als prof doen. Ik noem een Titus Bramble, een Kieron Dyer, een Nicky Butt, een David Dunn.

Zo kunnen we nog wel even doorgaan, met een Gary en Phil Neville, twee van de meest overschatte spelers ooit, die door hun werklust en inzet heel ver zijn gekomen. Dat is ook een prestatie natuurlijk, maar het is niet het soort prestatie waar een voetballiefhebber warm van wordt.

Waarom is het gehalte buitenlanders bij de topclubs anders zo hoog? Omdat die iets brengen wat ze in Engeland niet gewoon zijn, technisch vernuft. Kracht en moed zijn nergens als ze moeten toegeven aan een aantal scharen. Dat valt dus ook terug te zien in de prestaties van de nationale elftallen.

Marginale spelers als Stephen Ireland aarden in deze competities wel, maar zouden in andere Europese competities schromelijk tekort komen.


Sfeerbeeld

Daarnaast staat natuurlijk vast dat de Engelse sfeer ongeëvenaard blijft. Het fanatisme mag dan niet zo erg zijn als in Zuid-Europa of Latijns-Amerika, maar doordat de Engelse fans sneller tevreden zijn, is de sfeer tijdens wedstrijden er een stuk aangenamer. Het is er altijd gemoedelijk, de supporters willen nog wel eens de hele wedstrijd zingen en je kunt na de wedstrijd met een gerust hart naar huis. Misschien is dat wel de kracht van het Engelse voetbal.



De media hebben ook bijgedragen aan het utopische beeld van de Engelse voetbalcompetitie. Deze Engelse media staan natuurlijk bekend als een van de meest brutale en onbeschofte ter wereld, met al hun tabloids met smeuïge verhalen over de escapades van de ene superster, dan wel het overgewicht van de andere. Zij staan natuurlijk vooraan als er weer een schandaal wordt ontdekt, hetgeen een positief effect heeft op de naamsbekendheid van de Engelse competities.

De Engelse Premier League is tevens de enige competitie waarin alle vier de grote clubs in een weekend met 0-0 gelijk kunnen spelen, waarna er toch bij hoog en bij laag beweerd wordt dat het spannende wedstrijden waren.

En soms is dat ook zo in het Engelse voetbal, door discutabele beslissingen en fabelachtige individuele acties. Wie herinnert zich niet de geweldige goals van cultheld Matthew Le Tissier, of het hakje van Gianfranco Zola? Zo zijn er nog talloze momenten te bedenken, die door de wereldwijde belangstelling ook in het geheugen van menig voetballiefhebber gegrift staan.


Conclusie

De meningen over de Engelse competitie blijven natuurlijk verdeeld. De één vindt dit soort voetbal, waarin de modale voetballer ook een rol van betekenis kan spelen en gewone jongens geëerd worden, geweldig, de ander vindt het niks.

Zo gaat Napoli-voorzitter Aurelio De Laurentiis tot het uiterste om spelers van het kaliber als Marek Hamsik en Ezequiel Lavezzi niet naar de Premier League te laten vertrekken. "De Engelse levensgewoonten zijn slecht, hun eten is niet te eten en de Engelse vrouwen wassen zich niet rond de schaamstreek. Van een bad hebben ze nog nooit gehoord", waarschuwde de hoogste sportbestuurder. Het is niet geheel toevallig dat de diëtist die Juande Ramos van zijn trainerschap bij Sevilla meenam naar Tottenham in Londen niet in goede aarde viel, zoals men wel ziet.

Maar daar tegenover staan genoeg lofuitingen en dromerige uitlatingen van voetballers en fans, zoals recentelijk nog Clarence Seedorf, die zijn wens uitsprak om ooit nog eens in de Premier League te voetballen. Een feit is, dat het Engelse voetbal nog steeds de grootste voetbalcompetitie ter wereld voortbrengt, en dat ondanks al haar mankementen.

zaterdag, augustus 02, 2008

Het nummer 23: Wesley Sneijder


In het kader van mijn opleidingsdeel Spaans ben ik bezig een rapport te schrijven over de invloed van Nederlandse voetballers op het Spaanse voetbal. Hiervoor heb ik verschillende (ex-)voetballers benaderd, waarvan Real Madrid-speler Wesley Sneijder de eerste was die reageerde.

Geboren in Utrecht, opgegroeid bij de pleintjes waar ook Marco van Basten leerde voetballen, is het verhaal van de verdere carrière van Sneijder wel bekend. Een product uit de jeugdopleiding van de meest kapitaalkrachtige club van het land, een aanvoerder die af en toe uit zijn slof schoot en begin vorig seizoen voor een megabedrag werd aangetrokken door Real Madrid. Nu bevindt Sneijder zich bij een van de grootste clubs ter wereld, en dat is aan alles merkbaar. De sfeer, de entourage, maar vooral zijn eigen spel.

Hijzelf verduidelijkte al eens waarom hij zoveel gegroeid was in één seizoen, dat lag aan het kritische publiek in Spanje. Heb je daar 3 verkeerde balcontacten op rij, dan word je onherroepelijk uitgefloten. Daar word je als speler beter van, aldus Sneijder.

Mijn mening over de Utrechter heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik vond Sneijder in zijn tijd bij Ajax een zwaar overschatte voetballer, ook in het seizoen dat hij om en nabij de 20 goals maakte. Zijn tweebenigheid was een schitterend wapen, maar de steken die hij liet vallen doordat hij niet meeverdedigde, of de vele vrije trappen die hij relatief gezien nodig had voor een goal, waren voor mij reden om te zeggen dat hij niet zo goed was als beweerd werd.
Real Madrid nam de gok, haalde hem met een vernietigend bod van 27 miljoen euro binnen en Sneijder werd meteen gezien als basisspeler. Hij nam het rugnummer 23 over van de vertrekkende David Beckham, een nummer dat hij niet meteen als last zag, omdat het ook zijn nummer was waarmee hij in zijn eerste seizoen bij Ajax debuteerde.
Schuster gaf hem een wat vrijere rol links op het middenveld, waarbij hij veelvuldig naar binnen zou mogen trekken. Later in het seizoen zou hij veel onderling wisselen met de andere aanvallend ingestelde middenvelders, met name Guti en Robinho.

Zijn eerste wedstrijd voor Real, meteen in het eigen Bernabeú tegen stadsrivaal Atletico Madrid, werd een debuut om van te dromen. Met een hard, laag schot uit een indirecte vrije trap (assist van Guti) maakte hij de winnende 2-1 en het Spaanse publiek begon zich toen al te roeren over de toch redelijk onbekende aankoop. Dat het schot onderweg nog aangeraakt werd door een speler van Atletico, mocht de pret niet drukken.
Even later kregen we te maken met de galavoorstelling in de uitwedstrijd tegen Villarreal. Een schandalig stukje deklassering door de mannen in het maagdelijk witte shirt. Het niveau van dat duel is in de laatste voetbaljaargang maar door twee duels gehaald: Liverpool – Arsenal in de Champions League en Nederland – Frankrijk op het afgelopen EK. Hierbij moet opgemerkt worden dat beide teams genoeg kansen hadden om te winnen, iets wat in Vila-real absoluut niet het geval was.


De stijgende lijn kwam even tot stagnatie in het midden van het seizoen, maar aan het einde herpakte Sneijder zich weer en kon Real Madrid zich, mede door zijn 9 goals in de Liga, weer tot kampioen kronen.
Hierna volgde het voor Nederland zo teleurstellend verlopen EK. De eerste twee wedstrijden waren pareltjes, op die twee avonden werd historie geschreven. Helaas liep de wedstrijd tegen Rusland uit op een deceptie, maar dat had natuurlijk van alles te maken met het tragische gebeuren rondom Khalid Boulahrouz. Desondanks liet het Nederlands elftal een verpletterende indruk achter. Zo moest er gevoetbald worden, met het hart op de tong. Een van de belangrijkste aanjagers in dit team en de topscorer van Oranje was, u raadt het al, Wesley Sneijder. Wat mij opviel aan zijn spel op het EK was de wil om alles goed te doen, ook in verdedigend opzicht. Zijn handelingssnelheid is nog meer verbeterd. Hoe zou het afgelopen zijn als niet Van Persie, maar hij die laatste vrije trap had genomen tegen de Russen? Voor Van Persie was het zijn eerste balcontact, voor Sneijder zou het een routineklus betekenen.

Nu staat Sneijder weer aan het begin van een nieuw seizoen, waarin Real Madrid na de trainingsstage in Oostenrijk en de Emirates Cup in Londen weer prijzen wil oogsten, met de Nederlander in een hoofdrol.
Aan de vooravond van het begin van dit nieuwe seizoen kon ik hem een paar vragen stellen, die ik later aangevuld heb met mijn eigen concluderingen.



Je hebt een heel goed eerste seizoen achter de rug, waarin je meteen al redelijk bepalend was voor je team. Niet alleen bij jou was een snelle aanpassing zichtbaar, ook bij Royston Drenthe, Arjen Robben en niet te vergeten Ruud van Nistelrooy toen hij aangekocht werd door Real Madrid. Hoe komt het dat je zo snel gewend bent?
Daar heb ik zelf ook eigenlijk niet echt een verklaring voor. Misschien dat het ermee te maken heeft dat ik niet echt faalangst heb en gewoon mijn spel blijf spelen.


Sneijder geeft aan dat hij die mentaliteit bezit. Deze mentaliteit is iets wat de meeste Ajax-spelers uit de eigen opleiding gemeen hebben, een gevalletje Amsterdamse bluf, het soort zelfverzekerdheid waar toppers baat bij hebben.

Heb je, voordat je naar Real Madrid vertrok, nog informatie ingewonnen bij Nederlandse voetballers die in Spanje voetballen of dat gedaan hebben?
Nee, niet bij spelers van Real. Wel bij mijn oud-ploeggenoot Gabri, die mij alles vertelde over de Spaanse competitie en mij heeft verteld dat het 1 van de mooiste competities ter wereld is.


Waarschijnlijk was de overgang zo snel beklonken dat er geen tijd was om echt uitvoerig te praten met landgenoten over zijn nieuwe club. Hierdoor moest hij het doen met de informatie die zijn ploeggenoot Gabri kon geven. Dit zal uiteraard niet erg beknopt zijn geweest, aangezien Gabri een aanzienlijke tijd bij FC Barcelona op de loonlijst stond.

Je hebt al eens gezegd dat Ruud van Nistelrooy een welkome hulp was in je beginperiode in Madrid. Met wie van je ploeggenoten trek je eigenlijk het meest op?
Met Ruud en Arjen, maar ook Higuain, Raul , Guti en Pepe. Met deze spelers praat ik veel over de wedstrijd, wat er beter kan en wat er fout ging bijvoorbeeld.


Het moge duidelijk zijn, Sneijder probeert zichzelf nog steeds te verbeteren als voetballer. Hiervoor gaat hij niet alleen om met zijn Nederlandse collega’s, maar praat hij dus ook met de “kopstukken” van de ploeg.

Je oud-ploeggenoot John Heitinga gaat spelen voor Atletico Madrid, in hoeverre heb jij hem nog adviezen gegeven?
Het enige wat ik Johnny heb meegegeven is dat de Spaanse competitie 1 van de mooiste is, qua niveau maar ook het spel op zich. Die kans moest hij dus gewoon pakken, ook omdat ze dit seizoen weer Champions League gaan spelen (inmiddels is de loting bekend: Atletico neemt het in de 3e kwalificatieronde op tegen Schalke ’04).


Trainer Bernd Schuster heeft al meerdere malen zijn bewondering geuit over de Nederlandse groep bij Real Madrid. Neemt hij jullie vaak apart om bepaalde dingen door te spreken?
Ja, hij neemt ons regelmatig apart. Maar dat doet hij ook bij de andere spelers.


Schuster weet dus de verschillende voetbalculturen apart te instrueren. Naast dat hij zijn manschappen regelmatig apart neemt, spreekt hij ze veel gezamenlijk toe. Hierdoor ontstaat er een groot gevoel van eendracht in het veld, iets wat een aantal jaar geleden bij Real Madrid wel anders was.

Is er eigenlijk sprake van een hiërarchie binnen de spelersgroep van Real Madrid en zo ja, hoe ziet die er uit? Wie zijn bijvoorbeeld de echte leiders?
De hiërarchie is er wel. De echte leiders zijn Raul, Guti en Casillas. Dat zijn tevens de jongens die bij de club groot zijn geworden. Zij zijn om die reden ook degenen die hier veel te vertellen hebben.



In je tijd bij Ajax was je aanvoerder en een dragende speler. Wat is jouw huidige rol bij Real Madrid? Ben je hier meer een dienende speler of laat je je hier ook gelden?
Ik ben hier binnen gekomen als dienende speler, maar ben in de loop van het seizoen wel meer een dragende geworden. Ook omdat de trainer dit van mij verwacht.


Sneijder heeft zich dus in een seizoen opgewerkt tot één van de steunpilaren van een van de grootste teams ter wereld. Naast hem zijn natuurlijk Robben en Van Nistelrooy ook dragende spelers voor de Madrilenen. Dit geeft maar weer eens aan hoe goed Nederlandse voetballers in Spanje passen.


Tijdens het EK hebben we kunnen genieten van een Nederlands elftal dat met veel plezier zijn groepswedstrijden afwerkte. Wie waren de leiders van dat team, in de kleedkamer en op het veld?
De echte leiders binnen en buiten het veld waren of zijn Van der Vaart, Van Nistelrooy, Van der Sar, Gio, en ikzelf.


Opvallend om te zien is dat Sneijder in zijn antwoord (bewust of onbewust) 2 namen van de 7 die het spelsysteem hebben bepaald weglaat. Van Persie had natuurlijk de pech dat hij geblesseerd aan het toernooi begon, en om die reden net als Robben veelal mocht invallen.


In de pers werd de factor spelvreugde vaak aangehaald, het plezier spatte van het spel van Nederland af. Aan welke wedstrijd tijdens het EK beleefde jij het meeste plezier en waarom?
Dat waren eigenlijk twee wedstrijden, namelijk die tegen Frankrijk en Italië. Maar als ik moet kiezen, kies ik voor Frankrijk, omdat we toen echt vrij konden voetballen en natuurlijk vier goals maakten. Aan alles was te merken dat men ervan genoot.


We zien hier dat voetballers ook het meeste genieten als er mooi gevoetbald wordt. De wedstrijd tegen Frankrijk was een slepend gevecht met vele hoogtepunten, waaronder Sneijder zijn 4-1 vlak voor tijd, onlangs nog uitgeroepen tot mooiste goal van het EK.

U ziet het, ook uit de woorden van Sneijder blijkt dat hij als persoon veel bijgeleerd heeft sinds zijn onstuimige beginjaren. Komend seizoen zien we of hij deze lijn weet door te zetten. Doet hij dat, dan gloort er misschien wel Europees succes aan de horizon. Houdt u vooral de Spaanse competitie in de gaten.

zondag, maart 23, 2008

Over paaseieren zoeken en de paashaas opeten

Pasen, de wederopstanding. Palmtakken en broodkippen. Bovenal staat het voor verdraagzaamheid en genegenheid naar eenieder die jij liefhebt. We leven te snel tegenwoordig, waarderen het kleine niet meer en winden ons op om de domste dingen. Moet dat nou?

Stichting SIRE begon vorig jaar een campagne tegen de ontluikende agressie van de Nederlandse samenleving. Je hebt er vast wel eens van gehoord, het korte lontje in ons landje. Het is terecht dat hier aandacht aan geschonken wordt, want je zou haast zeggen dat je tegenwoordig het incasseringsvermogen van een professioneel bokser moet hebben om je niet te ergeren aan van alles en nog wat. Dan komt de trein te laat, dan rijdt de bus niet, dan is het winkelpersoneel grof, dan word je nageroepen op straat..

Gandhi zei ooit; “Een zwakkeling kan niet vergeven. Vergevingsgezindheid is een eigenschap van sterkte.” Maak je niet zo druk, wees niet die zwakkeling. Er schuilt een bokser in ieder van jullie, en enkelen zijn haast zo groots als Mohammed Ali was. Qua vergevingsgezindheid dan.

Uit de nieuwjaarsenquête van Editie NL bleek dat de gemiddelde Nederlander voor 2008 vooral als wens had meer te gaan genieten van het leven. Mijn vraag aan jullie is: doen jullie dat ook? Zo nee, sta er eens wat vaker bij stil. Ook al heb je zoveel nare dingen meegemaakt in je leven, er zijn zoveel lichtpuntjes te ontdekken dat je daar vanzelf weer blij van wordt. Het leven is mooi.

De paus zal ongetwijfeld weer met zijn mooie zalvende woorden komen. Urbi et orbi, vrede op aarde, bedankt voor die bloemen..
Gelukkig geloven een hoop mensen in hem, in zijn religie. Gelukkig zijn zij bereid het goede te doen en het slechte te laten. Als heel de wereld dat eens zou doen..

Pasen is ook een moment van bezinning, een mooi rustpunt in een studiejaar of een werkperiode. Zet voor jezelf nou eens op een rijtje waar je heen wil met je leven. Wil je hamburgers bakken? Wil je carrière maken in het bankwezen? Wil je deze studie afmaken? Volg je hart, dat is wat telt.

Lach eens wat vaker. Om jezelf, om situaties, om anderen als je weet dat die anderen er geen problemen mee hebben. De profeet Mohammed vertelde aan Aboe Dzarr dat hij het lachen erg hoog in achting hield; Onderschat niet de minste van de goede werken, al is het maar het glimlachen naar je broeder wanneer je hem tegenkomt.”
Probeer je niet te ergeren aan de kleine dingen, maar lach er een keer om en vergeet het daarna. Niets is zo vervelend als van een mug een olifant maken, voor jezelf en voor anderen.

Het was niet mijn bedoeling om als een welbespraakte Greenpeace-liefhebber over te komen. Het was ook niet opzettelijk mijn bedoeling om zo’n clichématig stuk tekst te schrijven. Het was mijn bedoeling om jullie aan het denken te zetten. Over jezelf, over anderen, over het leven in het algemeen. Wat wil je bereiken? Geniet vooral, dat is wat ik wil meegeven. Geniet, en zorg voor anderen. Je bent gezegend met dit leven.

Zalig Pasen.

dinsdag, maart 18, 2008

It's Alive!

In the past couple of months, even the past year, boast-filled, bragging tracks with easy melodies and simple dance routines took over the radio. I believe you’ll all remember Soulja Boy with his ridiculous hit “Soulja Boy Tell ‘Em”, or Dem Franchise Boyz with their obnoxious “Lean with it, rock with it“, which even was a further parody of the once so blooming and booming US-rap scene. In a time where artists like Gang Starr, Kool G Rap and Rakim paved the way to mainstream success for conscious rappers like Tupac Shakur, Jay-Z or Notorious BIG, there was no time for nonsense. Rap was real. Rappers often came from the cold streets, lived a hard knock life, as “Young HOV” would say so.

Nowadays, this culture is changing rapidly. Everyone who thinks they can rap, who thinks they can create a beat, goes to a studio and records himself a demo. If it’s catchy, it’ll become a hit. Hey, why blame the record companies? They only supply the demand of the consumers. However, they are to blame in some way, because this commercial, blunt music was fuelled in the 1980’s by the same record companies. Remixes, bad synthesizers, large hair and fluorescent clothing, the 80’s were a disaster for the development of pop music.

Then, a new phenom showed up. Rap was something for ethnic minorities to escape their everyday problems, to let out their aggression about society and everything around them that bothered. It became an instant hit. The sound was so refreshing, so unique, often catchy and yet full of things worth saying. The early 90’s were part of hip hop’s Golden Age, featuring artists like the aforementioned Kool G Rap, but also Public Enemy, Big Daddy Kane, Big L, Big Punisher, Nas’ great debut album Illmatic, and so on.

After this, hip hop got too commercial, too “gangsta”, as mentioned by a lot of critics. There was space for goofing around, for meaningless brag and boast songs that were only held together through the beat. At this point, the underground scene played a big part in the development of a new wave of top class hip hop, with a load of conscious rappers. The group held responsible for reviving hip hop would be the Native Tongues Posse, with long-time members De La Soul, A Tribe Called Quest and now-mainstream actors Busta Rhymes, Common, Talib Kweli, Mos Def and Philly-based hip hop band The Roots. Later that decade, most of the members of the Native Tongue Posse went on to form a new hip hop collective, that was influenced by jazz and soul and was distinguished by offbeat rhythms and eerie noises. They called themselves the Soulquarians, and were backed up by mastermind DJ J Dilla, who, unfortunately, died in 2006 due to cardiac arrest.


With the Soulquarians, hip hop received new blood, a fresh face and (again) a lot of mainstream support. This is acknowledged by the success of rappers Common, Mos Def (who pursuits an acting career, appearing in the new Michel Gondry-film “Be Kind, Rewind” (a must see!)), Grammy-award winning band The Roots and the reviving success of old school heroes Wu Tang Clan and KRS-One. Also, the argument that every rapper should be black doesn’t apply anymore. Rap collective CunninLynguists (with the Caucasian DJ Kno) received great critical acclaim with each of their albums, their most recent being 2007’s Dirty Acres. And what about rapper and producer Eminem? He may be goofing around sometimes, but he has written some excellent stuff and is marked as one of the most selling rappers of all time. Or a relatively new face, Brother Ali. Ali is a white albino with a soulful voice and really good lyrics, you should check him out sometime.


Please, don’t listen to the crap that the Billboard serves you. You’d rather begin a search on hip hop websites to learn about real hip hop, real stories and real people.
Hip hop is long before dead, it’s alive and kicking.

zondag, maart 02, 2008

Marketing an Athlete: Some things just fit

In the search for a sponsor object, corporations often see sport as a perfect way to embody their vision or business ideology. The reasons for that decision are quite simple, sport is emotion, it attracts a large public and if winning, sport will get you lots of rewards and respect. Companies love to grab something from that amount of respect, in order to boost their image. What’s even more interesting, is not just a specific sport, but a specific player who stands out due to his specific qualities. Or even a player who dominates a whole sport, for example Roger Federer, who has an endorsement deal with Nike.

The same goes for sponsoring Tiger Woods, but not only because he is the best in his sport. He’s the first ever coloured person to dominate such an elite and “white” sport as golf. This gives people the image that his sponsor, Nike, sure does care about integration and the race-issue, thus adding an “awareness-factor” to their already positive image.
Adidas countered this when Champion stopped providing clothing to the NBA, the world’s leading basketball league. They stepped in, in order to compete with Nike to show that they also care about equality, but also because the mentality in sponsoring is changing. It’s less but bigger objects these days.
That would explain why Puma, the German sports brand, did sponsor all of the African teams in the 2006 Africa Cup of Nations and 2006 World Cup Soccer. This is what we call a natural fit. The corporation is called Puma, named after a cat that lives in Africa, and the sponsor objects in this particular case are all nations in Africa. What better way to identify yourself with merchandising than through a creature from the continent? It’s bound to get a lot of media exposure.

Back to sponsoring a single player. In this category, there are also some natural fits. We’ve had Michael Jordan endorsing Nike, which fitted perfectly with his nickname “Air Jordan”. Subsequently, Nike produced a clothing line under this nickname, with Jordan signature products.

Also in the NBA, more recent, we have a young Slam Dunk-champion, Gerald Green, who was drafted by the Boston Celtics. Doesn’t ring a bell? Well, the main colour in the Celtics’ jersey is green, hence the fit. It’s too bad he was traded to the Timberwolves in the half year after that, and now he plays in his hometown, Houston. Maybe, at the end of this season, when he’s a free agent, he’ll return to Boston in order to attract more sponsordeals.

To conclude with one of today’s most admired young players in the NBA, besides wonderboy LeBron James, Dwight Howard. Howard is a 22-year old center from the Orlando Magic, most famous for his outrageous dunks. He came in 2nd behind Gerald Green in 2007, but managed to snatch the title in front of him this year, in 2008. Howard showed off a couple of incredible dunks that have never been performed before on national television. This kind of creativity, and the positive way in which he presents himself (he’s also a devoted Christian), make him a very, very wanted player for sponsors and teams alike. Just look at him in the two Slam Dunk competitions:

2007

2008

zondag, februari 24, 2008

Tackles: Banning hooligans from the field

Tackling is of all ages. It’s an accepted part of the sport we call football, in America also known as soccer. In the past, football brought up great tacklers, fine young men who could win the ball with a perfectly timed sliding, real technical stuff. Teams who played attractive football were sometimes matched by technically skilled defenders, eventually slumping to defeat by a counter of some sort from the defensive team. It’s a shame that something like that doesn’t seem to exist anymore.

In the wake of a new gruesome attempt to murder someone’s football career, Birmingham City-defender Matthew Taylor is anxiously waiting for his punishment following his so-called “unlucky” tackle on Arsenal-forward Eduardo da Silva. What we saw from TV-footage was Eduardo being launched by an atrocious tackle from Taylor, while the match had only just begun. You saw Eduardo’s lower leg being mangled by the force of the stretched out leg from Taylor, who had absolutely no intention of even hitting the ball, because it was a long time gone when he slid in full stretch. You can even see him smiling when Eduardo is on the ground and Taylor realizes what he has done.

In the past we had a couple of players who deliberately injured a player of the opposite team, sometimes even ending this player’s career. Remember the Manchester derby in which Roy Keane took revenge on Alf Inge Haaland for putting him on the sideline for one and a half years. Haaland had to retire because of that tackle. Maybe you’ll also remember Argentinian midfielder Aldo Duscher, who put David Beckham out for quite a while, or Reading-striker Stephen Hunt who put Chelsea-goalie Petr Cech in a coma. A bit further down memory lane we’ve got Andoni Goikoetxea, the butcher of Bilbao, who cherishes the shoes of his horrifying tackle which broke Diego Maradona’s ankle in a trophy cabinet in his living room.
These are all examples of how wrong it can be to get too physical. Football isn’t about that.

Sure, others will say that they weren’t all on purpose, but is it really that necessary to throw out such a bad tackle? Why even bother? It is bound to get you suspended for quite a while. This is what brings us to my next point. Get those hooligans off the field for as long as the “victim” is injured. If that means, standing by the sideline for eight months, well, so be it. It’s what they deserve after such appalling deeds. We should get back to playing “Joga Bonito”, the beautiful game. In that, there’s no room for butchers and meat mincers.

Of course, there still is something left of the beautiful technical tackling of the early days. The Italians still got it, but they’re aging fast. When will the younger generation step up?

Waarom/Why?

Nou Gino, zeg het eens. Waarom moet je je blognaam nou weer veranderen, en waarom moet je nou in het vervolg delen in het Engels gaan schrijven? De redenen zijn als volgt:
- Zo is het internationaal te lezen, want ik heb natuurlijk wel de nodige ambitie (ahum).
- Zo word ik beter in Engels, en dan het schrijven van de taal.
- Dat is weer belangrijk voor het tentamen dat ik krijg in de komende tentamenweek. Wel zo handig om dat te combineren, for the time being.

Protesten worden alleen behandeld indien schriftelijk ingeleverd. Have fun on the new and improved Whinose.blogspot.com !